Pulled pork van de barbecue
Low & slow pulled pork van de BBQ
Pulled pork is niet voor niets een BBQ-klassieker. Een mooi stuk procureur, rustig gegaard op lage temperatuur tot het boterzacht is en je het moeiteloos uit elkaar kunt trekken. Met een goede bark, een beetje rook en vooral genoeg tijd krijg je heerlijk sappig en smaakvol vlees.
Voorbereiding ±20 min | Bereiding ±8–10 uur | 6–8 personen
Ingrediënten
- 2,25 kg procureur
- 55–60 g Steel & Smoke Pork Rub
- Optioneel: een dun laagje mosterd als binder
- Optioneel: appel- of kersenhout voor extra rooksmaak
- BBQ-saus naar smaak
Voor de spray:
- 150 ml appelsap
- 50 ml appelazijn
Bereiding
1. Bereid het vlees voor
Dep de procureur droog. Breng eventueel een dun laagje mosterd aan als binder en verdeel de Steel & Smoke Pork Rub royaal en gelijkmatig over het vlees. Laat de rub ongeveer 30 minuten hechten.
2. Bereid de BBQ voor
Maak de BBQ klaar voor indirect garen op 110–120°C. Voeg eventueel wat appel- of kersenhout toe voor een subtiele rooksmaak.
3. Maak de spray
Meng het appelsap met de appelazijn en doe het mengsel in een schone sprayfles.
4. Low & slow
Leg de procureur indirect op de BBQ en sluit het deksel. Laat het vlees de eerste 2–3 uur zoveel mogelijk met rust, zodat de rub zich goed kan hechten en er een mooie bark kan ontstaan.
Controleer daarna af en toe de buitenkant. Begint deze droog te worden, spray het vlees dan licht met het appelmengsel. Herhaal dit indien nodig ongeveer iedere 45–60 minuten. Een dunne nevel is voldoende; het vlees hoeft niet nat te worden.
5. Inpakken
Wanneer de bark mooi donker en stevig is, kun je de procureur inpakken. Dit is meestal ergens rond de 70–75°C kerntemperatuur, maar kijk vooral naar de bark in plaats van alleen naar de temperatuur.
Gebruik bij voorkeur aluminiumfolie als je de vleessappen goed wilt opvangen. Voeg bij het inpakken een klein scheutje van de spray toe en sluit het pakket goed.
6. Gaar tot boterzacht
Leg de ingepakte procureur terug op de BBQ en gaar verder. Vanaf ongeveer 92°C kerntemperatuur kun je beginnen met controleren.
Steek een thermometer of prikker op verschillende plekken in het vlees. Deze moet vrijwel zonder weerstand naar binnen glijden. Vaak is pulled pork ergens rond de 92–96°C klaar, maar de malsheid bepaalt uiteindelijk wanneer het vlees klaar is.
7. Laat het vlees rusten
Haal de procureur van de BBQ zodra hij boterzacht aanvoelt. Laat het vlees 30–60 minuten ingepakt rusten.
Open het pakket daarna voorzichtig en zorg ervoor dat je de vrijgekomen vleessappen niet weggooit.
8. Pullen en de vleessappen terugmengen
Giet de vleessappen uit het pakket in een kommetje en bewaar ze. Trek de procureur vervolgens met twee vorken of met je handen uit elkaar en verwijder eventuele grote stukken vet.
Meng de opgevangen vleessappen naar smaak terug door de pulled pork. Zo blijft het vlees heerlijk sappig en komt veel van de smaak die tijdens het garen is vrijgekomen weer terug in het vlees.
Proef de pulled pork en voeg eventueel een beetje BBQ-saus toe.
Serveren
Serveer de pulled pork bijvoorbeeld op een broodje met coleslaw en augurk, met friet erbij of als onderdeel van een BBQ-plank.